Je kan een onderscheid maken tussen klassementsrenners en pure klimmers, maar met slechts één tijdrit in deze Giro zullen ook sterke klimmers automatisch opschuiven in het klassement. Dat maakt de vijver aan potentiële top 10-rijders net iets groter en interessanter voor wielermanagers.

Dat Jonas Vingegaard (14M) de grote favoriet is om in Rome op het hoogste schavot te staan, staat buiten kijf. Zijn prijskaartje spreekt boekdelen. Een team zonder Vingegaard lijkt bij voorbaat kansloos, al blijft een grote ronde natuurlijk onderhevig aan pech en koersverloop.

Voor de overige podiumplekken belooft het een open en spannende strijd te worden. Giulio Pellizzari (8M) lijkt een uitstekende kanshebber, al moet hij het kopmanschap delen met voormalig Giro-winnaar Jai Hindley (8M). De interne rolverdeling binnen de ploeg kan hier doorslaggevend zijn.

Derek Gee (7M) is de best geplaatste renner uit het vorige eindklassement die aan de start verschijnt, maar lijkt momenteel niet in topvorm te verkeren. Kan hij groeien in de Giro met het zwaartpunt in de 3de week? Adam Yates en Felix Gall (beiden 7M) zijn dan weer betrouwbare klassementsrenners, al ontbreekt het hen vaak aan echte uitschieters. Gall lijkt al enkele jaren te balanceren tussen plaats vijf en tien, terwijl bij Yates de vraag blijft of hij er nog in slaagt drie weken lang constant te presteren.

In de categorie van 6M zitten enkele bijzonder interessante namen. Bij INEOS Grenadiers lijken Egan Bernal en Tymen Arensman in goede doen. Ze kunnen in de luwte meeschuiven zonder meteen koersverantwoordelijkheid te dragen. Als Arensman het tijdsverlies in de eerste week beperkt, kan hij in de derde week toeslaan, een scenario dat hem perfect ligt. Bernal toont dan weer tekenen van zijn oude niveau en kan in dit deelnemersveld zomaar verrassen.

Ook Ben O’Connor en Michael Storer verdienen een vermelding. Zij kunnen onopvallend aanklampen of via een offensieve koersstijl naar een mooie eindnotering groeien. Giulio Ciccone mikt op ritzeges en de strijdlustprijs, maar zou via zijn aanvallende stijl zomaar richting de rand van de top 10 kunnen schuiven. Sepp Kuss rijdt in dienst van zijn kopman, maar geraakt vaak ver mee en kan zo richting een top 10-notering evolueren. Santiago Buitrago is dan weer meer klimmer dan klassementsman, maar beschikt over voldoende kwaliteit om in dit deelnemersveld tussen plek 5 en 10 te eindigen.

Voor 5M kom je uit bij Enric Mas, Lennert Van Eetvelt en Jay Vine. Geen zekerheden, maar wel renners met het potentieel om zich in het klassement te mengen. Het zijn typische risicoprofielen die, mits de juiste vorm en omstandigheden, veel waarde kunnen opleveren, maar evengoed mikken ze op dagsucces.

Wie voor minder budget toch mikt op klassement, kan kijken naar Aleksandr Vlasov, Einer Rubio, Davide Piganzoli, Mathys Rondel, Alessandro Pinarello en Embret Svestad-Bårdseng. Vlasov en Rubio bewezen al dat ze top 10 kunnen rijden in een grote ronde, al blijft hun vorm grillig. Piganzoli, Rondel, Pinarello en Svestad-Bårdseng zijn jonger en mikken mogelijk nog niet op een uitgesproken klassement, maar kunnen wel richting een mooie notering groeien en punten sprokkelen in het jongerenklassement.

Het lijkt aangewezen om bij de start al enkele klassementsrenners in je team op te nemen. Tegelijk biedt de zware slotweek, gecombineerd met het transfersysteem, nog voldoende ruimte om later bij te sturen.