Voor wie het niet wist of verrast is: ik ben een fervent speler van het spel Wielermanager. Omdat ik hier graag over doorboom, maar niet iedereen in mijn omgeving daarop zit te wachten. Gebruik ik dit als uitlaatklep. Laat je gerust inspireren of stuur me je geheime tips. Ik deel elke dag een ander type renner. En we beginnen vandaag met de sprinters.
Jonathan Milan (9M) lijkt de meest evidente keuze. Hij is intrinsiek de snelste sprinter in dit deelnemersveld en met een mogelijke zes massasprints quasi een garantie op punten. Positionering wordt in de eerste week cruciaal, maar normaal gezien sprint hij hier meerdere keren voor winst.
Daarachter volgt een brede, maar interessante tweede lijn met Dylan Groenewegen (7M), Kaden Groves (7M), Paul Magnier (7M) en Tobias Lund Andresen (7M). Groenewegen is volledig afhankelijk van een klassieke massasprint, terwijl Groves en Andresen ook in lastigere finales overeind blijven. Dat maakt hen net iets waardevoller in dit parcours. Magnier lijkt iets meer een gok: de kwaliteit is er, maar hij moet het nog bevestigen, zeker na een voorjaar dat de verwachtingen niet inloste.
Voor 6M kom je uit bij Arnaud De Lie en Ethan Vernon. De Lie heeft het potentieel om ritten te winnen, maar de vraag is of hij het tij kan keren na een mislukt voorjaar. Vernon oogt dan weer constanter en lijkt stilaan zijn plaats te vinden in sprinttreinen, een veilige en interessante keuze.
De categorie van 5M is vaak doorslaggevend. Pascal Ackermann, Orluis Aular, Luca Mozzato, Casper van Uden en Matteo Moschetti zullen zelden domineren, maar kunnen wel consistent top 10 rijden. Vooral Aular en Mozzato hebben het voordeel dat ze ook in zwaardere ritten overleven.
In de lagere prijsklasses wordt het verschil gemaakt door rol en opportunisme. Bij XDS Astana Team lijkt men met meerdere opties naar de sprint te trekken: Matteo Malucelli (4M) als meest uitgesproken sprinter, met Davide Ballerini (4M) als opportunist. Dat zorgt voor minder zekerheid, maar wel meerdere goedkope top 10-kandidaten.
Ook achter kopmannen loeren kansen. Bij Lidl – Trek kunnen Simone Consonni en Max Walscheid profiteren als sprinttreinen ontsporen. Milan Menten is dan weer een typische sluipschutter: vaak onzichtbaar, maar geregeld in de uitslag.
Helemaal onderin is het mikken op opportunisten. Krijgen Tim Torn Teutenberg (3M), Mathieu Kockelmann (3M) of Lukáš Kubiš (4M) ruimte achter hun kopman? Of valt deze uit? Dan kunnen ze verrassend top 10 rijden. Dat geldt ook voor Paul Penhoët (4M), Erlend Blikra (4M) en Matevž Govekar (4M).
Conclusie: met meerdere sprintkansen in de eerste twee weken is investeren in sprinters logisch, maar de sleutel ligt in de keuzes. Niet alleen mikken op ritwinnaars, maar vooral op renners die consistent top 10 rijden, kunnen overleven en dat vaak tegen een lagere prijs.
