De voorbije weken komen in de (lokale) media veel burgemeesters aan het woord over gemeentefusies. Aanleiding is de nota van Vlaams minister voor Binnenlands Bestuur Hilde Crevits, waarin opnieuw wordt ingezet op vrijwillige fusies van gemeenten. De reacties laten zich raden: de meerderheid van de burgemeesters is tegen, en ook bij de bevolking leeft vandaag weinig enthousiasme voor het idee.

Dat sentiment is begrijpelijk. Gemeenten zijn meer dan bestuursniveaus; ze zijn plekken van identiteit, nabijheid en herkenbaarheid. Toch dreigt het debat te snel te worden dichtgeklapt. Want achter de emotionele reflexen gaat een financiële en bestuurlijke realiteit schuil die we niet langer kunnen negeren.

Veel gemeenten hebben het vandaag moeilijk om financieel het hoofd boven water te houden. Dat vertaalt zich op verschillende manieren: stijgende gemeentebelastingen (rechtstreeks of via hogere opcentiemen) of besparingen op het lokale aanbod. In onze regio zien we dat concreet: in Hoogstraten stijgen de inkomsten onder meer door een verschuiving in de belastingmix, in Merksplas worden belastingen verhoogd, in Beerse wordt gesnoeid in het cultuuraanbod om de begroting onder controle te houden. Het zijn geen incidenten, maar symptomen van een structurele druk waar heel wat lokale besturen mee worstelen.

Tegelijk heeft de gemiddelde burger weinig zicht op de financiële toestand van zijn of haar gemeente. Gemeentefinanciën zijn complex, meerjarenplannen weinig sexy en de gevolgen van structurele keuzes worden vaak pas jaren later voelbaar. In die context is het niet verwonderlijk dat sentiment het debat overheerst en ratio het onderspit delft.

Nochtans is het belangrijk om eerlijk te zijn: voor heel wat beleidsdomeinen werken gemeenten vandaag al samen in bovenlokale structuren. Intercommunales zijn daar het bekendste voorbeeld van, maar ook op andere vlakken wordt steeds vaker gekozen voor gezamenlijke organisatie. Die samenwerkingen zijn ontstaan uit noodzaak en efficiëntie, maar hebben tegelijk geleid tot machtige structuren met een beperkte democratische legitimiteit en weinig transparantie voor de burger.

Dat wringt. We hebben vandaag al schaalvergroting, maar vaak op een technocratische manier, ver weg van de gemeenteraad en de burger. Het is dan ook niet onlogisch om de vraag te stellen of democratische schaalvergroting, via grotere, sterker georganiseerde gemeenten, geen eerlijker alternatief is dan een lappendeken van samenwerkingsverbanden waar nauwelijks publieke controle op bestaat.

Burgemeesters bevinden zich in dit debat in een moeilijke positie. Als eerste burger capteren zij het heersende sentiment in hun gemeente, en dat sentiment is vandaag overwegend afwijzend. Tegelijk laten scherpe “neen”-standpunten weinig ruimte voor een open debat over de toekomst van het lokale bestuur. Dat debat is nochtans noodzakelijk, zeker nu hogere overheden expliciet erkennen dat de huidige bestuursstructuur onder druk staat en het thema opnieuw op de agenda plaatsen.

Daarbij speelt ongetwijfeld ook mee dat fusies niet alleen gemeenten, maar ook politieke structuren hertekenen. Minder gemeenten betekent minder mandaten, en dat zorgt, zo leert de ervaring, voor spanningen binnen partijen. Dat is menselijk, maar het mag het bredere maatschappelijke debat niet blokkeren.

Laat dit duidelijk zijn: dit pleidooi is geen oproep om morgen massaal gemeenten te fusioneren. Gemeentefusies zijn complex, gevoelig en vragen tijd. Er zal inderdaad nog veel water door de Mark moeten stromen. Maar ze zijn op lange termijn wel een realiteit waar we ons beter vandaag dan morgen toe verhouden. En trouwens, houdt niet elk dorp langs de Mark een beetje zijn eigen identiteit? Zelfs binnen de fusiegemeentes uit de jaren 70 behoudt elk dorp voor een groot stuk zijn eigenheid. Kijk maar naar Beerse en Vlimmeren, Oost- en Westmalle of naar Sint Jozef en Rijkevorsel. Ze mogen dan bestuurlijk samen horen, maar hebben absoluut hun eigen karakter.

Wat we vooral nodig hebben, is een eerlijker debat. Een debat dat sentiment niet wegwuift, maar ook niet laat overheersen. Een debat dat burgers correct informeert over de financiële en bestuurlijke uitdagingen van gemeenten. En een debat dat durft te kijken naar de vraag hoe we lokale democratie toekomstbestendig organiseren, in plaats van ze stukje bij beetje uit te hollen via ondoorzichtige structuren.

Gemeentefusies verdienen geen automatische afwijzing, maar een open en volwassen gesprek. Dat gesprek zijn we onszelf en de lokale democratie verplicht.